Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 20 september 2013
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Zen en moraal gaan samen

Daido Loori en verder

Jelle Seidel

oe gaan zenboeddhisten om met morele waarden en leefregels? Sinds Brian Victoria in 1997 zware kritiek leverde op de houding van Japanse zenscholen voor en tijdens WO-II, is er in het Westen een debat gaande over zen en moraal. Recente schandalen rond zenleraren voeden dit debat. Sommigen beweren dat zen boven de moraal staat, amoreel is. Anderen vinden dat geen relevante stelling. ‘Zen has no Morals? Your MOM has no Morals!’, schreef Brad Warner op zijn site.
Oryoki
Mijn persoonlijke ervaring is een andere. Boeddhistische waarden spelen een grote rol in de zen. Zoals geloften/voorschriften als niet doden, niet stelen, niet echtbreken, niet liegen en geen verdovende middelen gebruiken. En nog een paar meer, die op 'juist spreken' betrekking hebben. Het kwaad stoppen, goed doen, goed doen voor anderen. De zes deugden. Het achtvoudige pad. Niet voor niets is zen een vorm van mahayana-boeddhisme: het bodhisattva-ideaal is zeer belangrijk. Een bodhisattva is niet slechts een wezen dat naar verlichting streeft, maar ook een verlichtend wezen, een wezen dat actief anderen bijstaat. De rituelen tijdens sesshins zijn doordrongen van al deze waarden. 'I vow to save all sentient beings', hoor ik mij steeds zingen. En vlak voor oryoki, de rituele maaltijd: 'We eat to stop all evil'. Jukai is een ceremonie waarin de zenstudent onder meer de boeddhistische geloften en leefregels ontvangt. Die blijven bij je, als permanente reminder.

Het enige is, dat meditatie het hoofdmenu lijkt. 'Eerst komt het zitten, en dan de moraal', zeg ik wel eens. Eerst een tijdlang leren mediteren, zitten en koans doen tot je ego een ons weegt, en dan pas komen goed en kwaad om de hoek kijken. Daarom ziet men het zenboeddhisme soms als moreel twijfelachtig. Verlichting gaat boven moraal, het doel heiligt de middelen, een verlichte leraar zou zich meer kunnen permitteren dan een leek.

Ik zal daar nader op ingaan. Dat doe ik in het algemeen, maar vooral aan de hand van de opvattingen en de zenpraktijk van de meest ethisch ingestelde zenmeester die ik ken: John Daido Loori.

Empathie of non-dualiteit?

In 2006 wijdde het Journal of Buddhist Ethics een serie artikelen aan ‘Zen Social Ethics’. Een van de schrijvers, Dale S. Wright, ziet het probleem met zen (hij bedoelt ook ch'an) als volgt.

Al ver voor de twintigste eeuw was de Oost-Aziatische zentraditie niet op moraliteit gericht. Het onderwerp ontbrak in de opleiding van monniken. De beoefening was niet gericht op het cultiveren van morele deugden als generositeit, vriendelijkheid, vergevingsgezindheid, empathie, aandacht voor het lijden van anderen, rechtvaardigheid of compassie.

Een verlichte meester was bekwaam in dingen als mindfulness, zelfbeheersing en discipline, volharding, moed, vertrouwen, loyaliteit, mentale concentratie, presentie en focus, zelfloosheid, vrijheid, onmiddellijk intuïtief bewustzijn. Hij was in staat bijzaken opzij te zetten en zich blijvend te richten op wat essentieel is. Dat was niet in eerste instantie de morele dimensie. Zentraining was gericht op het gewaar zijn van non-dualiteit (alles en iedereen is één), maar dat is een andere (metafysische) non-dualiteit dan gecultiveerd in de morele sfeer, die eerder gaat om het relativeren van de verschillende belangen en behoeften van onszelf en anderen.

Dit alles wil niet zeggen dat Chinese en Japanse zenmeesters geen morele levens leidden. Dat deden ze vaak wel, maar hun ethiek was eerder toe te schrijven aan de confucianistische en boeddhistische cultuur waarin ze leefden, dan aan hun opleiding tot leraar. De uitdaging is terug te gaan naar de bronnen van het mahayana-boeddhisme en de morele dimensie van dit boeddhisme te heroverwegen.
(Samenvatting js)

Ook andere schrijvers in deze serie zien deze eenzijdigheid in de historische ontwikkeling van het zenboeddhisme. Ze slaan volgens mij de spijker op zijn kop, maar is die tegenstelling tussen gerichtheid op moraliteit dan wel op metafysiche non-dualiteit nog steeds zo sterk? Mijn indruk is dat de morele dimensie in het Westen steeds meer gewicht krijgt in de opleiding van zenmonniken en -leken. De bodhisattva van het mededogen, Kanzeon, speelt hierbij een belangrijke rol. John Daido Loori probeerde al vroeg de vermeende tegenstelling tussen moraliteit en verlichting te overbruggen.

Daido's waarschuwing

John Daido Loori Roshi (1931-2009) was een Amerikaanse opvolger van de Japanner Maezumi Roshi. Hij stichtte in de VS de Mountains and Rivers Order (MRO) en Zen Mountain Monastery (New York) en was daar tot zijn dood abt en leraar. Hij schreef onder meer een boek over de morele en ethische leer van het zenboeddhisme. Hij zag het probleem aldus:

‘Toen de Dharma voet aan de grond kreeg in dit land, ontstond er een misvatting over de rol van moraliteit en ethiek in de beoefening van de Boeddhadharma. Vermaarde schrijvers als D.T. Suzuki stelden dat zen de moraliteit te boven ging of zelfs amoreel was, en men nam aan dat dit juist was.

Niets kan meer bezijden de waarheid zijn. Verlichting en moraliteit zijn één. Verlichting zonder moraliteit is geen waarachtige verlichting. Moraliteit zonder verlichting is onvolledige moraliteit. Zen gaat moraliteit niet te boven, maar is een beoefening midden in de wereld op basis van morele en ethische leringen. Die morele en ethische leer is met de dharmatransmissie overgegaan van generatie op generatie.

Helaas verscheen de genoemde misvatting niet alleen veelvuldig in druk, bovendien nam niemand de moeite hem te corrigeren. Zo ging het twintig jaar, en hoewel er veel zenleraren waren en veel boeken over zen werden geschreven, was er maar één die het onderwerp enigszins aanroerde. Op de een of andere manier werd de dharma van moraliteit en ethiek niet verhelderd en doorgegeven. Het lijkt erop dat de leraren die uit het Oosten kwamen en zij die hier in het Westen opkwamen, ervoor terugschrokken om als moralist te boek te staan.’
(The Eight Gates of Zen, p. 133)

Daido Loori
Ongelooflijk moreel en aardig

Daido Roshi was niet bang om voor moralist uitgekreten te worden. Juist handelen werd een van de pijlers van zijn zen, zoals gepraktiseerd in de MRO. ‘Het leven van een boeddha’ heet die paragraaf van zijn boek The Eight Gates, waarin hij de kern van zijn programma weergeeft. De andere 'poorten' zijn zazen (het stiltepunt), zenstudie (berglicht), academische studie (het oceanische warenhuis), liturgie (het onzichtbare zichtbaar maken), kunstbeoefening (de lente schilderen), lichamelijke oefening (het wonder ‘leven’) en werk (heilige activiteit).

Om deze meervoudige beoefening gaande te houden, onderhoudt de MRO specifieke kloosterregels en een strikt schema. Daido maakte zeer duidelijk wat hij verwacht van beoefenaars; hij hanteerde stipte gedragsregels. Hij was zelf een ongelooflijk moreel, maar ook een ongelooflijk aardig persoon. Geen heilig boontje, gewoon 'een humanist, een katholieke jongen uit Jersey City'.

De leer van de non-dualiteit staat centraal in Daido's leer en programma. 'In het klooster en in de wereld, in de kloosterpraktijk en de lekenpraktijk zijn alle dualiteiten volledig met elkaar verweven. Ze zijn allen één, er is geen buiten en geen binnen. Er is geen onderscheid tussen een kloosterelite en een stadse lekenpraktijk: iedereen beoefent dezelfde dharma.'

Het duidelijkst manifesteert de leer van de non-dualiteit zich in Daido Roshi's ecologische ethiek. Het is geen toeval dat in 1980—het jaar waarin Zen Mountain Monastery begon – het eerste besluit was om van de nieuw verworven hectares 80% totaal te laten verwilderen. Als een boom valt, laat hem vallen en rotten. De ecologische equivalent van 'loslaten'. 'Daido Roshi was, met Gary Snyder, een voorvechter aan het front van de ecologische ethiek', zegt Mary Evelyn Tucker, een van de redacteuren van Buddhism and Ecology en Worldviews and Ecology.

'Mensen begrijpen de boeddhistische geloften gewoonlijk in termen van menselijke verhoudingen', stelde Daido Roshi eens in een toespraak op de Naropa Universiteit. 'Dood niet. Steel niet. Lieg niet. Natuurlijk gaan ze over menselijke verhoudingen, maar wat betekenen ze in termen van het milieu? Als we bossen kappen en de aarde laten wegspoelen in rivieren is dat een bijzondere vorm van stelen. Als we soorten vernietigen is dat een bijzondere vorm van doden. Deze geloften hebben niet alleen betrekking op mensen, maar ook op het milieu, de tienduizend dingen. Niet alleen op de “voelende” wezens – herten, muskusratten, bevers –, maar ook op de rotsen, bomen en rivieren. Op alles.'
(De citaten en de informatie komen uit het artikel van J. Kain. Zie de bronnen.)

Mountain Record
Cirkelgang van moraliteit

De opvolgers van Daido Roshi, Geoffrey Shugen Arnold Sensei en Konrad Ryushin Marchaj Sensei, trekken de door Daido uitgezette lijn volledig door. Een week sesshin in MRO-stijl is voldoende om dat diepgaand te ervaren. Het lezen van de drie achtereenvolgende nummers van het kwartaalblad van de MRO, Mountain Record, maakt ook veel duidelijk over de manier waarop in deze sangha zen en moraliteit innig verweven zijn.

Het is een cirkelgang. Het zomernummer 2012 gaat over de spirituele wortels van moraliteit, het herfstnummer over moraliteit in de wereld, het winternummer keert terug naar het persoonlijke en het intieme. Daar leeft moraliteit werkelijk, daar moet de kloof tussen morele idealen en ons dagelijks handelen in de wereld overbrugd worden. In de artikelen van het winternummer wordt geschreven over woede, rouw en verwarring, maar ook over vreugde, verwondering en realisatie. Iedereen moet voor zichzelf uitmaken wat waarachtig moreel leven is. Dat vergt moed, introspectie en grote eerlijkheid. Hoe belichamen wij de waarheid? Hoe laten wij de waarheid zich in ons manifesteren? De artikelen komen uit verschillende tradities en gaan over een grote diversiteit van onderwerpen.

Moreel gedrag is geen loodzware opgave, zoals onze cultuur het definieert, maar een vreugdevolle kans op bevrijding. Zoals rabbijn Shapiro in het zomernummer schrijft: 'Spiritualiteit is geen gevoel, en ook niet vaag. Spiritualiteit is het bewust leven naar de hoogste ethische idealen in de concreetheid van het dagelijks leven.' Van het cultiveren van empathie tot het begrijpen van de werking van onze geest. Als we verder gaan dan onze door het ego conditioneerde reacties blijkt dat authentieke moraliteit iets totaal anders is dan een serie regels of sociale conventies. Moraliteit zit diep van binnen, is onlosmakelijk verbonden met het sacrale. Of we ons nu tot God wenden, tot Allah of tot onze boeddhanatuur, de oude wijsheid is duidelijk: als we waarachtige verandering zoeken, moeten we de manier waarop we leven veranderen. Morele leringen geven daarbij richting; ze zijn de sleutel tot bevrijding.

Het herfstnummer richt zich op de vraag hoe al die mooie beginselen werken in het vuur van samsara. Zien wij met een morele bril op het lijden in de wereld beter? Hoe helpt moraliteit om harmonie te brengen in de wereld? De meest ethische houding is juist niet het vermijden van moeilijkheden. 'Enter the fray!', zei Daido, ga in tot de rafelige werkelijkheid. Dat kan betekenen: je mouwen oprollen en actie ondernemen, of naar binnen gaan om hart en geest te verhelderen. Ook in het dagelijks leven kunnen wonderen verricht worden. Iedereen moet voor zichzelf uitmaken hoe te verkeren in deze brandende wereld, hoe vrede te brengen in al die conflicten. De weg is lang niet altijd duidelijk, maar voor ieder moment van lijden is een moment van vrede mogelijk. Zo simpel en diep is het wel.

Het winternummer pleit voor inkeer. De weg naar volledigheid is ten diepste persoonlijk en intiem. Hoe ga je waarachtig met jezelf en met anderen om? Ons geconditioneerde denken kan leiden tot vooroordelen en verdrukking. Voortdurend oordelen en vergelijken houdt ons af van de intrinsieke perfectie van het leven. Men schrijft over het probleem van identiteit en authenticiteit in een cultuur die bang is voor verschillen. Over depressiviteit en de genade van zelfaanvaarding. En nog veel meer. Lessen vanuit alle religies en alle boeddhistische tradities.

Maak het concreet!
Damien Keown

Westers zenboeddhisme hoeft dus niet moreel twijfelachtig te zijn. Maar er wringt wel iets. De 'kerncompetenties' van de zenmonnik verdienen een grotere morele dimensie. Zijn we er dan? Nee, ook in het vertalen van algemene morele waarden naar ethisch gedrag moeten nog stappen gezet. Wat te doen in concrete situaties? Dat wordt anders een louter individuele kwestie.

Graag bepaal ik uiteindelijk zelf mijn houding en gedrag, maar ik heb vaak wel behoefte aan afgewogen advies bij de praktische toepassing van de geloften die ik ooit afgelegd heb. Hoe bijvoorbeeld een standpunt bepalen over orgaandonatie, vlees eten of het aanvaarden van een baan bij een bedenkelijke organisatie? Houdt het zenboeddhisme zijn moraal niet te algemeen en zijn ethiek niet al te betrekkelijk?

Ja, zegt Damien Keown, geleerde in de boeddhistische ethiek. Volgens hem hebben de grote boeddhistische stromingen het systematische nadenken over ethische kwesties verwaarloosd. De theravada-traditie door te poneren dat het doel van de beoefening is om door verlichting uit te stijgen boven goed en kwaad, de mahayana-traditie door in reactie daarop het bodhisattva-ideaal zo overheersend te maken, dat ethische nuances minder belangrijk worden. Hij constateert dat het boeddhisme zich voornamelijk heeft beziggehouden met de aard van de werkelijkheid (non-dualiteit) en de menselijke reactie daarop, maar zijn algemene moraal niet heeft geconcretiseerd op allerlei deelterreinen, zoals een staatsleer, rechtsfilosofie, economische theorie, medische ethiek, enz. Dat heeft het christendom wel gedaan. Keown vindt dat het wel degelijk mogelijk is—op basis van de uitspraken die van de Boeddha zijn overgeleverd—om op allerlei gebied een boeddhistische moraal te ontwikkelen. Hij heeft daaraan belangrijke bijdragen geleverd.  

Bronnen
Zen Has No Morals? Your MOM Has No Morals!
Buddhism and Morality
Wright, D.S. Satori and the Moral Dimension of Enlightenment
Loori, J.D. The Heart of Being: Moral and Ethical Teachings of Zen Buddhism. North Clarendon: Tuttle, 1996.
Loori, J.D. The Eight Gates of Zen; Spiritual Training in an American Zen Monastery. New York: Dharma Communications, 1992.
Kain, J. Zen's Radical Conservative: John Daido Loori Roshi
Morality. Mountain Record; The Zen Practitioners Journal, Summer 2012.
Morality in the World. Mountain Record; The Zen Practitioners Journal, Fall 2012.
Living Morality. Mountain Record; The Zen Practitioners Journal, Winter 2012.
Keown, D. The Nature of Buddhist Ethics. New York: Palgrave, 2001.
The Heart of Being: Moral and Ethical Teachings of Zen Buddhism





Terug naar Artikelen