© 2005-2010 SVB




Verslagen van thema-bijeenkomsten van de SVB

 

Vergankelijkheid en Dood in het Boeddhisme
Gehouden op 22 mei in Bilthoven.

Er waren opnieuw drie sprekers uitgenodigd die elk een hoofdstroming van het boeddhisme als achtergrond hebben, in volgorde resp. Zen-boeddhisme, Tibetaans boeddhisme en Theravada-boeddhisme. Voorzitter Paul Boersma en bestuurslid Rob Janssen spraken enkele inleidende woorden. De laatste wees erop dat het doel van het boeddhistisch streven niet zelden gekarakteriseerd wordt als “het Doodloze”.

Irene Kyojo Bakker, leerlinge van de Amerikaanse Zen-leraar Genpo Merzel Roshi, heeft veel ervaring met de begeleiding van stervenden. Zij benadrukte de mogelijkheid van een geestelijk ontwaken, die de bezinning op onze sterfelijkheid in zich draagt. Daarmee is niet gezegd dat sterven makkelijk is. Het kan gepaard gaan met hevig verdriet en met grote angst voor de eindigheid van het leven. Maar “leven is als sneeuw, je kunt het niet bewaren”, citeerde de spreekster de chansonnier Herman van Veen.

Bij de begeleiding van het stervensproces zijn boeddhistische theorieën niet echt nodig, maar praktische oefeningen ontleend aan boeddhistische meditatiepraktijken kunnen van grote waarde zijn. Het is goed om stervenden te leren vertoeven in het heden, en hem of haar te helpen die momenten ten volle te ervaren, en zich bewust te zijn van het feitelijk grondeloze van het bestaan. Ook kan veel goeds gedaan worden door begeleide beoefening van de vier z.g. ‘brahmavihara’s’; alomvattende onvoorwaardelijke liefde, compassie, vreugde en gelijkmoedigheid. Ook kan ‘tonglen’ gepraktizeerd worden; d.i. het vrijwillig mede helpen dragen van het lijden van de ander. Zulke praktijken kunnen goed gecombineerd worden met eenvoudige rustgevende ademhalingsoefeningen en kunnen vertrouwen en rust aan de stervende geven.

In de voorbereiding op het sterven kan duidelijk worden dat het ego, de identiteit, uiteindelijk een illusie is. Dat kan de weg vrijmaken voor de bevrijdende herkenning van de eigenlijke aangeboren aard van de geest, in het Zen-boeddhisme en het Tibetaans boeddhisme de ‘boeddhanatuur’ genoemd.

Ieder mens, ook als hij stervende is, is ten diepste een verlicht wezen. Maar sterven en dood moeten zeker niet geromantiseerd worden. De geestelijke en lichamelijke ontluistering kunnen onthutsend groot zijn, en de begeleiders staan soms hulpeloos en kunnen dan weinig meer doen dan met een open geest aanwezig zijn.

Irene Bakker formuleerde tenslotte nog enkele indringende gedachten en vragen m.b.t. sterfelijkheid en nodigde iedereen uit om die aan zichzelf te stellen.

De volgende spreker, Eric Soyeux, leerling van de Tibetaanse leermeester Sogyal Rinpoche, auteur van het bijzonder succesvolle ‘Tibetaanse Boek van Leven en Sterven’, bracht de nauwkeurige kennis van het stervensproces, die in de Tibetaans-boeddhistische traditie aanwezig is, onder de aandacht. In die traditie wordt de contemplatie van sterfelijkheid aan de hand van teksten, zoals die van het bekende klassieke ‘Tibetaanse Dodenboek’, beschouwd als belangrijkste vorm van meditatie.

Daarin wordt o.a. duidelijk gemaakt, wat het precies is dat sterft en hoe dat gebeurt, en ook wat het is dat niet sterft. Dat laatste, ‘rigpa’ genoemd, of “natuur” of “ware aard” van de geest, of ook wel ‘boeddhanatuur’, die niet grijpbaar en niet nader benoembaar is, maar die op de achtergrond altijd aanwezig is, kan op bepaalde momenten tijdens het proces van sterven ervaren worden als bevrijdend helder licht en als alomvattende liefde en diepste wijsheid. Degenen die getraind zijn in die specifieke vorm van stervensmeditatie zullen dat tijdens de overweldigende ervaring die het sterven is gemakkelijker kunnen herkennen, en dat is dan ook het voornaamste doel van die beoefening.

In het stervensproces worden vier fasen, z.g. ‘bardo’s’ onderscheiden, en in elke bardo is een kans op bevrijding aanwezig. In de eerste bardo wordt ervaren hoe de vijf elementen, waaruit het lichaam is samengesteld, in elkaar oplossen, en in de tweede bardo doen zich de verschijningen van vreedzame en toornige godheden aan de stervenden voor. In de derde bardo wordt de nawerking van eerder gevormd karma ondervonden, en de vierde bardo voert tenslotte naar een moederschoot en een volgende wedergeboorte. De identiteit gaat verloren tijdens de doorgang door de bardo’s; het vorige leven is niet meer dan een uitgangspunt voor het volgende leven.

Bert Leguijt, is Vipassana-beoefenaar in de traditie van de Birmaanse meditatieleraar U Ba Khin, en leefde enige tijd als monnik in Birma. Ook werkte hij enkele weken in een aan een boeddhistisch klooster verbonden aids-hospice in Thailand, en hij vertelde over zijn ervaringen daar. Ook toonde hij een aantal indrukwekkende foto’s. Aids is een ziekte die ook in Thailand heel veel slachtoffers maakt. Gewoonlijk is het sterven en de daarop volgende crematie mede een sociaal gebeuren, dat begeleid wordt door allerlei ritueel, maar vanwege de angst, die er voor de ziekte bestaat, worden veel aids-patienten door familie en vrienden aan hun lot overgelaten. Het hospice vervult dan ook een heel belangrijke en nuttige taak. Er zijn vierhonderd bedden, en dagelijks sterven er mensen, en ook vinden dagelijks crematies plaats. Het hele gebeuren is gereduceerd tot zijn meest elementaire vormen.

Onder normale omstandigheden zal de familie van een overledene enkele maaltijden aanbieden aan de monniken of een gift doen aan het klooster. Ook kan een familielid tijdelijk in het klooster intreden. De zo verkregen verdiensten kunnen dan overgedragen worden aan de overledene. Maar ook die nazorg wordt door de familie vaak niet aan de slachtoffers van aids gegeven. Een naief geloof in karma heeft tot negatief gevolg dat vaak gedacht wordt dat de zieken hun ziekte “verdiend” hebben.

In het Theravada-boeddhisme bestaat er niet zo’n uitvoerig uitgewerkte theorie over het sterven als in het Tibetaans boeddhisme. Volgens het Theravada vindt wedergeboorte onmiddellijk plaats. Over ‘bardo’s’ wordt niet gesproken. Ook wordt geleerd dat het laatste bewustzijnsmoment in het voorafgaande leven van grote invloed is op het daaropvolgende leven. Het is daarom van groot belang om bewust te sterven, en m.n. vipassana-meditatie is daarop een goede voorbereiding.

In het hospice worden de zieken en stervenden zo goed mogelijk voorbereid op die passage. Zieken en verzorgenden wordt geleerd te leven en te handelen vanuit universele liefdevolle vriendelijkheid (‘metta’) en mededogen (‘karuna’).

Na elke voordracht was er gelegenheid tot het stellen van vragen aan de spreker, en daarbij kwamen enkele indringende vragen aan bod, o.a. van aanwezigen die zelf min of meer onvoorbereid geplaatst geweest waren in de positie van stervensbegeleider.

De bijeenkomst werd over het algemeen beoordeeld als bijzonder zinvol en geslaagd.
De Boeddhistische Omroepstichting wijdde er een gedeelte van een radiouitzending aan.
Door uitgeverij Asoka werd tijdens de bijeenkomst een boekentafel verzorgd waarop haar bijzonder interessante en fraai uitgegeven boeddhistische fonds getoond werd.