© 2005-2010 SVB




Verslagen van themabijeenkomsten van de SVB

 

Muziek en Boeddhisme
Gehouden te Bilthoven op 29 oktober 2005

De prelude werd verzorgd door Rahel Ziskoven. Zij liet de aanwezigen meebeleven dat het aandachtig gebruik van de stem – het aandachtig zingen – een heel natuurlijk onderdeel is van de Dharma: het trainen van lichaam, spraak en geest. De deelnemers werden meegenomen in de wereld van Plum Village, een spirituele gemeenschap van de Vietnamese monnik Thich Nhat Hanh, waar aandachtig zingen een onderdeel van het dagelijks leven is. Thich Nhat Hanh stimuleert mensen om zelf melodieën te componeren, spontaan gedichten te schrijven en hun meditatie-ervaringen te beschrijven in gedichtjes of liedjes. De liederen, afkomstig uit heel verschillende culturen, die in Plum Village gezongen worden zijn vaak eenvoudig van aard en hoeven niet te voldoen aan de gebruikelijke strenge wetten van contrapunt en harmonieleer zoals we die kennen vanuit de klassieke muziek. De harmonie van Plum Village wordt gekenmerkt door innerlijke vrede en onderlinge verdraagzaamheid. Zo ging ook de voordracht van Rahel langzaam over in een workshop waarbij de aanwezige bezoekers, ieder op geheel eigen wijze, deelnamen aan de samenzang. Meer informatie: www.aandacht.net

De sereniteit die op deze manier geschapen werd vormde een goede sfeer voor de voordracht van Lea Vanrompay over de Tibetaanse sacrale gezangen.
Lea heeft ontdekt dat in de Tibetaanse spirituele traditie muziek en gezang even belangrijk zijn als het mondelinge onderricht. Het gezamenlijk reciteren van mantra's en het beoefenen van puja's hebben een louterende werking op lichaam, spraak en geest. De recitaties worden soms begeleid door rituele instrumenten om het effect van de beoefening kracht bij te zetten. Enkele prachtige geluidsfragmenten werden ten gehore gebracht. “Om mani peme hung” is een van de bekendste mantra's. Hij is bedoeld als vaardig middel om de geest te concentreren, tot rust te brengen. Vaak zit de recitatie van de mantra ingebed in de meditatie van Tchenrezig (Avalokiteshvara), een reeks van zeven onderdelen: de overdrachtslijn, toevluchtsgebed en bodhicittamotivering, zevendelig gebed, visualisatie van Tchenrezig, de mantra, absorptie en wegschenken van verdienste. De mantra zelf werd in het Sanskriet gereciteerd, omdat het Sanskriet door de Tibetaanse boeddhisten ervaren wordt als een soepele en zuivere drager voor zeer diepzinnige betekenissen. Hierop volgde een zeer mooi en krachtig fragment van Lama Karta. Sommige deelnemers aan de bijeenkomst hadden de ervaring dat de concentratie door meerdere bewustzijnslagen heen brak, alleen door het luisteren naar de zang van Lama Karta. Lea ging verder in op de ritmische patronen waarin de teksten verlopen.
Erg fraai was ook het offergezang, waarvan de tekst opgesteld werd door Kyabje Kalu Rinpoche, en waarvan de melodie nu zeer verspreid is in de Nyingma en de Kagyü-traditie. De taal is poëtisch en plechtig. De Tibetaans boeddhistische traditie kent ook vele ‘ervaringsliederen’, gedichten van gerealiseerde meesters, bijv. Milarepa (1040-1123), waarin zij hun diepe spirituele ervaringen weergeven. Lea wees aan het einde van haar betoog op het gevaar van uitsterven van deze rijke boeddhistische traditie en het cultureel erfgoed van Tibet, indien de mondelinge overdrachtslijnen en spirituele realisaties niet meer plaats kunnen vinden. Tot slot werd de mantra van Tchenrezig gezamenlijk gezongen waarbij de sfeer een positieve lading kreeg.
Meer informatie: www.tibetaans-instituut.org

Kees Kort wist heel soepel in te voegen met zijn shakuhachi (Japanse bamboefluit). Een prachtige serene klank werd ten gehore gebracht met veel diepgang, kleurschakeringen, dynamische verschillen, ritmes, gevoelens, klankkleuren. Kortom een palet aan klanken kwam voorbij, geen moment hetzelfde, geen moment vast. Een en al beweeglijkheid, wat onmiddellijk uitnodigde om de aandacht van moment tot moment geconcentreerd te houden op de klanken die de ruimte vulden. De naam shakuhachi komt van isshaku hassun, hetgeen “1 shaku en 8 sun” betekent (1,8 Japanse voet, die ong. 30 cm lang is). Hieruit valt af te leiden dat een shakuhachi de standaardlengte heeft van 54,5 cm. Er zijn echter verschillende lengtematen, variërend van 1,3 shaku (39,4 cm) tot 2,5 shaku (75,7 cm). Kees toonde een heel scala van shakuhachi’s.
De shakuhachi wordt gemaakt van het ‘wortelgedeelte’ van een dikwandige bamboesoort (madake geheten). De bovenstaande precisie in de afmetingen leidt ons dan ook naar de bron van de bamboefluit: Fuke Zenji, een Chinese monnik die bevriend was met Rinzai en het bespelen van de shakuhachi zag als een manier van zenmeditatie. Kees Kort nodigde enkele deelnemers uit om op de shakuhachi te spelen en gaf een korte instructie. Basis voor de beoefening is een goede lichaamshouding. Maar helaas, geen enkele deelnemer was in staat om een fraai geluid te produceren. Ook hier bleek dat resultaat slechts behaald kan worden door gedisciplineerd oefenen en doorzettingsvermogen. Gelukkig volgde er nog een prachtige uitvoering van Kees.
Info: www.shakuhachi.nl

De dag werd afgesloten met een uitvoering van een boeddhistische cantate, die in 1987 is gecomponeerd door de grote westerse soto-zenmeesteres P. Jiyu-Kennett (1924-1996). Speciaal voor de gelegenheid had Hans Gijsen (bas-bariton) een muzikaal ensemble samengesteld, bestaande uit Marjan van Giel (sopraan), Maud Meilof (alt), Ronald Verbunt (tenor), Janko Fraanje (bas-bariton) en Edwin Vooijs (orgel). Het muziekstuk wordt gekenmerkt door een sterk westers muzikale opvatting. Het orgel vormt het fundament waar het hele muziekstuk op gebaseerd is. Jiyu-Kennett was zelf organiste. Er zijn parallellen te trekken met cantates van Bach, wat betreft ingrediënten: chorus (sopraan, alt, tenor, bas); verteller (tenor); prins/Boeddha (bas-bariton); canon/fuga. Wat betreft harmonieën is het een ‘modern klassiek’ stuk te noemen. De tekst is gebaseerd op ‘The Light of Asia’ van Sir Edwin Arnold (1832-1904), een groot episch gedicht uit 1879 over het leven van de Boeddha. De cantate bestaat uit drie delen: deel 1 tot aan de confrontatie van de Prins Siddhartha met ouderdom, ziekte en dood; deel 2 tot aan het afscheid nemen van zijn familie en wereldse koninkrijk; deel 3 tot aan het Grote Ontwaken. Het stuk is nog maar zelden ten gehore gebracht. Vele aanwezigen waren onder de indruk van de unieke muzikale ervaring, waarbij Oost en West op verrassende wijze een melange vormden. Jiyu-Kennett heeft zich breed georiënteerd in het boeddhisme. In 1963 heeft ze de Dharma-overdracht gekregen van Koho Zenji en later is ze ingewijd als roshi (zenmeester). In 1978 heeft ze in Engeland de Order of Buddhist Contemplatives (of the Serene Reflection Meditation Church) opgericht. Ondanks haar drukke bezigheden als Dharma-lerares heeft Jiyu-Kennett toch nog tijd gehad om boeddhistische stukken te componeren, zoals ook een liturgie voor haar boeddhistische kerk en een Buddhist Wesak Anthem. Info: www.shastaabbey.org of www.obcon.org

Zie voor meer informatie over bovengenoemde onderwerpen ook het Themanummer van Vorm & Leegte: nummer 42. www.vormenleegte.nl