Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 5 maart 2018
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Jataka nr. 367

Saliya-Jataka

Treurspreeuw
e Leraar vertelde dit verhaal over een zogenaamde jonge treurspreeuw1 naar aanleiding van de uitspraak dat Devadatta zelfs geen angst kon inboezemen.
Toen immers zei de Leraar: ‘Nu en ook vroeger, monniken, kon deze mij geen angst inboezemen.’ En hij haalde het verleden op.

Lang geleden, toen Brahmadatta het koningschap uitoefende in Benares, werd de Bodhisattva geboren in het gezin van een dorpslandheer en in zijn kindertijd speelde hij samen met andere jongens met modder bij de dorpspoort, aan de voet van een banyanboom. In die tijd kwam een onbekwame arts die in het dorp geen (patiënten) gekregen had, terwijl hij naar buiten liep, bij die plek en zag in de oksel van een boomtak een slapende slang met zijn kop uitgestoken. Hij dacht: ‘Ik heb in het dorp geen (patiënten) gekregen. Ik zal deze jongens misleiden en maken dat de slang hen bijt; dan zal ik iets nemen om hen te behandelen.’ Daarop zei hij tegen de Bodhisattva:
‘Als je een jonge treurspreeuw zou zien, zou je die dan pakken?’
‘Jazeker, die zou ik pakken!’
‘Kijk, daar in de holte van die boomtak ligt er een.’
De jongen, niet wetend dat het een slang was, klom in de boom en greep hem bij de nek. Toen hij merkte dat het een slang was, gaf hij hem niet de kans zich om te keren, greep hem stevig beet en wierp hem met kracht van zich af. Hij vloog door de lucht en viel op de nek van de arts, en zich om diens hals slingerend beet hij hem zo heftig dat hij ter plekke dood neerviel, waarna de slang ervandoor ging. De mensen kwamen om hem heen staan en het Grote Wezen onderwees de Leer aan de verzamelde menigte, waarbij hij de volgende verzen uitsprak:

‘Degene die mij een giftige slang liet pakken,
zeggende dat het een jonge treurspreeuw was,
werd zelf door die slang gebeten
en gedood daar hij een slechte raadgever was.

De man die ertoe bereid is om degene
die niet kwetst, niet doodt, te kwetsen,
zal zelf geveld terneerliggen,
zoals deze man die gedood is.

De man die ertoe bereid is om degene
die niet doodt, niet laat doden, te doden,
zal zelf geveld terneerliggen,
zoals deze man die gedood is.

Zoals wanneer een man een handvol vuil
tegen de wind in zou werpen,
dat stof hemzelf zou treffen,
zo is deze man gedood.

Wie een man bij wie weinig kwaad zit, kwaad doet
een man die zuiver en smetteloos is,
op die dwaas valt het kwaad terug
als fijn stof dat tegen de wind in geworpen wordt.’

Toen de Leraar dit onderricht in de Leer opgehaald had, identificeerde hij de personen: ‘Die onbekwame arts van toen was Devadatta en die wijze jongen was ik.’  

__________________
1 P. saliya. Wetenschappelijke naam: Acridotheres tristis. In het Nederlands ook wel treurmaina, Indische maina of herdermaina genoemd.





Terug naar Artikelen