Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - winter 2017/2018
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN

Mijn Citaat

De keuze van Han de Wit


‘6.1 Toen richtte de Verhevene zich tot Ananda met de woorden: ‘Misschien, Ananda, komt bij één van jullie deze gedachte op: “Het woord van de leraar is heengegaan; wij hebben geen leraar meer.” Maar dat moet niet zo gezien worden. De leer en de discipline, die door mij onderwezen en uiteengezet zijn, die zijn na mijn heengaan jullie leraar’. (Maha-parinibbana-Sutta, sectie 6.1)

egt de Boeddha hier nu dat een persoonlijke relatie tussen leraar en leerling uiteindelijk niet belangrijk is? In onze moderne westerse cultuur, met haar nadruk op individuele ontplooiing, op zelfstudie en ‘zelf doen’, ontstaat al gauw dat misverstand; sterker nog, men hoopt al gauw dat zo’n persoonlijke relatie onnodig is. Want niet alleen is spirituele begeleiding – in tegenstelling tot psychotherapeutische – in onze westerse cultuur een vrijwel onbekend verschijnsel geworden, maar ook wil men – uit gêne, uit argwaan of uit arrogantie – vaak geen pottenkijkers bij wat men ziet als ‘de eigen spirituele ontwikkeling’. Dat spoort wonderwel met het westers individualisme, waarin ook geestelijke privacy veelal als een kostbaar goed wordt gekoesterd.

Maar wat zegt bovenstaand citaat over de leraar-leerling relatie in de boeddhistische traditie dan wel? Om een antwoord op die vraag te geven moeten we het citaat – volgens goed boeddhistisch gebruik – in zijn context plaatsen. Die context is hier het moment waarop de fysieke nabijheid van de Boeddha en zijn naaste leerlingen ten einde loopt. Tegen Ananda zegt de Boeddha, in wat minder plechtstatige woorden gevat, eigenlijk dit: ‘Ananda, ik heb nu bijna vijftig jaar de Dharma en de beoefening ervan aan jullie, mijn naaste leerlingen, onderwezen. Ik heb jullie persoonlijk begeleid en zo alles volledig aan jullie overgedragen. Jullie hebben je mijn visie eigen gemaakt en belichamen die. Wordt het, nu ik zelf op mijn sterfbed lig, niet eens tijd om in dat feit vertrouwen te stellen? Jullie weten waarom het gaat! Vertrouw daar nu op. Beoefen de Boeddha-dharma en geef hem door aan volgende generaties!’ Op een gegeven moment – en ook daar is een leraar voor om dat aan te geven – moeten we ons begrip en onze beoefening van de Dharma leren vertrouwen en uiteindelijk ook de eigen ontwaakte staat. Maar dat pad te gaan is heel wat anders dan van meet af aan een persoonlijke relatie met een Dharma-leraar juist uit de weg te gaan, doordat onze eigendunk ons influistert dat we het varkentje van onze geestelijke blindheid en hardvochtigheid zelf wel kunnen wassen.  

Biografie
Han F. de Wit is Dharmaleraar (acharya) in de traditie van het Shambhala-boeddhisme. Hij is auteur van onder meer De Verborgen Bloei: Over de psychologische achtergronden van spiritualiteit en De Lotus en de Roos: Boeddhisme voor Westerlingen, met voorwoord van Matthieu Ricard en van Boeddhisme voor Denkers. Zie http://www.uitgeverijtenhave.nl/auteur/han-f-de-wit/

Citaat: De Breet, J. & Janssen, R. De verzameling van lange leerredes van de Boeddha. Rotterdam: Uitgeverij Asoka, 2001 (pg 373)





Terug naar Welkom