Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 15 december 2016
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

‘Iemand is zijn eigen redder’

Aantekeningen over boeddhisme en god

Kees Moerbeek

In De kwestie God haalt Karen Armstrong een ontmoeting aan tussen een brahmaanse priester en de Boeddha. De priester vroeg of hij een god, een engel of een geest was. ‘Denk aan mij’, zei de Boeddha, ‘als iemand die wakker is.’ Zelfs in de 21-ste eeuw is dit opvallend bescheiden voor een geestelijk leider. Wat is de boeddhistische visie op het bestaan van een schepper-God, goden en het godsgeloof? Hierover is veel gepubliceerd, hieronder enkele aantekeningen.

God schept de mens
e Boeddha moest niet veel hebben van theologische speculaties, hij ontweek ze het liefst door te zwijgen. ‘Deze speculaties zijn door de Verhevene onbeslist gelaten, ter zijde gesteld, verworpen: “De wereld is eeuwig” en “de wereld is niet-eeuwig”; “de wereld is eindig” en “de wereld is oneindig”; “de ziel en het lichaam zijn hetzelfde” en “de ziel en het lichaam zijn verschillend”; “een voleindigde bestaat na de dood”, “een voleindigde bestaat niet na de dood”, “een voleindigde bestaat zowel wél als niet na de dood” en “een voleindigde bestaat noch wél noch niet na de dood. (Majjhima Nikaya I 426)” De eerwaarde Malunkyaputta beviel dit niet en hij begaf zich naar de Verhevene. Als deze hem geen antwoord op al deze vragen zou geven, zou hij terugkeren naar het wereldse leven. De Boeddha antwoordde hem dat hij leek op de man die door een vergiftigde pijl was geraakt, maar medische hulp weigerde zo lang hij niet wist hoe de schutter heette en uit welk dorp hij kwam. Hij zou zijn overleden voordat hij deze nutteloze kennis zou hebben verzameld. Wat doet het ertoe of God de wereld geschapen heeft? Pijn, haat en verdriet verdwijnen er niet door.

Moreel verwerpelijk
Uit de bronnen blijkt dat de Ontwaakte het geloof in een alwetende, almachtige schepper-God resoluut van de hand wees. Het gaat over Ishvara, een filosofisch godsconcept uit de Veda’s, niet over de God van het jodendom, christendom, of de islam. De Boeddha onderwees dat het godsidee een reactie is op angst en frustratie. Onze voorouders leefden in een onvoorspelbare, beangstigende en vijandige wereld, meent Bhante Dhammika. Ze werden in hun bestaan bedreigd door verscheurende dieren, honger en ziektes. Bliksem, donder en andere natuurverschijnselen joegen hun vrees aan. Zoekend naar zekerheid en troost ontdekten ze het godsidee. Dit is de eerste reden waarom de Boeddha niet gelooft in God. Hij verving vrees en frustratie niet door godsgeloof, maar door inzicht. Hij onderwees ons angsten te begrijpen, onze geneugtes te beteugelen en om met moed en kalmte te accepteren wat we niet kunnen beïnvloeden.

De tweede reden dat de Boeddha niet gelooft in een God, is dat er geen bewijs is voor zijn bestaan, aldus Bhante Dhammika. Er zijn gelovigen van godsdienstige religies, die zich het geopenbaarde woord van hun ene ware God toe-eigenen in hun heilige boek. Zij weten zeker dat hun God bestaat en dat zij de enigen zijn die hem kennen. Sinds eeuwen verzamelen de aanhangers van deze godsdiensten ‘bewijzen’ voor het bestaan van hun exclusieve God, terwijl ze niet zelden neerkijken op andersgelovigen en niet-gelovigen, of ze zelfs vervolgen.

De derde reden voor Boeddha’s afwijzing is dat godsgeloof overbodig is. Sommigen beweren dat een God nodig is om het ontstaan van het heelal te verklaren, maar de wetenschap heeft aangetoond dat hij daarvoor niet nodig is. Anderen beweren dat God nodig is voor een gelukkig en betekenisvol leven. Er zijn miljoenen atheïsten, vrijdenkers en niet te vergeten boeddhisten die ook een zinvol en gelukkig leven leiden. Weer anderen beweren dat God nodig is omdat mensen zwak en hulpeloos zijn. Vaak horen we echter dat mensen met hun handicap, ongeluk en pech hebben leren leven, zonder God. Ten slotte zijn er die beweren dat God nodig is om mensen te verlossen van hun zonden. Dit ‘argument’ is alleen maar houdbaar op voorwaarde dat het theologische concept van de verlossing van zonden geaccepteerd wordt, maar boeddhisten en talloze anderen doen dit niet.

De Boeddha wist uit eigen ervaring dat mensen in staat zijn om hun geest te zuiveren en oneindige liefde, compassie en wijsheid te ontwikkelen. Hij verschoof zijn aandacht van het bovenaardse naar onszelf, en spoort ons aan om oplossingen voor onze problemen te vinden door zelfonderzoek en zelfkennis.

Uit studie van de Pali-Canon blijkt dat een almachtige en eeuwige schepper-God strijdig is met de onderrichtingen van de Boeddha, schrijft Nyanaponika Thera. Ook de opvatting ‘wereldziel’ wijst de Ontwaakte af op grond van de leer van niet-zelf (Pali: anatta). In de boeddhistische literatuur wordt sindsdien het geloof in een schepper-God als verklaring voor het ontstaan van de wereld en de mens herhaaldelijk aangekaart en verworpen. Dit godsgeloof valt in de categorie van moreel verwerpelijke opvattingen, die het karmisch effect van handelen ontkennen. Dit onder andere omdat dit geloof uitgaat van predestinatie, wat een negatieve invloed heeft op ethisch gedrag.

Atheïsme?
In zoverre als een godgelovige een moreel heilzaam leven leidt kan hij, zoals ieder ander, een heilzame wedergeboorte verwachten. Als fanatisme ertoe leidt dat een godgelovige anderen vervolgt die zijn geloof niet delen, dan zal dit grote gevolgen hebben voor zijn toekomstige lot. Fanatisme, intolerantie en geweld tegen anderen veroorzaken immers onheilzaam karma.

Godsgeloof op zichzelf sluit heilzame wedergeboorte dus niet uit. Als dit geloof echter een vorm van eeuwig leven propageert, dan bevestigt dit de begeerte naar bestaan. In dat geval is godsgeloof wel een obstakel voor iemand om zich te bevrijden van samsara.

Soms wordt boeddhisme atheïstisch genoemd, in positieve zin dan wel negatieve, aldus Nyanaponika Thera. In één opzicht is het zeker atheïstisch, namelijk in de ontkenning dat er een schepper-God bestaat, die alwetend en almachtig is. Als met atheïstisch bedoeld wordt dat het boeddhisme materialisme verheerlijkt, dan is dit beslist onjuist. Wat wel wordt onderwezen is dat werkelijk en blijvend geluk niet in deze wereld bestaat. Ook kan het niet gevonden worden in een of ander paradijs of in een of andere hemel. De reden daarvoor is dat alle vormen van bestaan veranderlijk zijn.

De spirituele waarden die de Boeddha verkondigde zijn niet gericht op een nieuw, ander leven, maar op een bestaan dat dit leven overstijgt: nibbana (Pali). Hij maakte geen onderscheid tussen het hier en nu en het zogeheten hogere. De boeddhistische waarden zijn stevig geworteld in deze wereld en richten zich op verwerkelijking in dit huidige bestaan. Samen met dit spiritueel streven bevordert het boeddhisme de poging om deze wereld te maken tot een betere plaats om in te leven.

Onderwijzer van deva's
Leraar van goden
Het boeddhisme accepteert wel het bestaan van hemels en de deva's, die daar verblijven. De boeddhistische kosmos bestaat uit verschillende bestaansniveaus waarin mensen wedergeboren kunnen worden al naar gelang hun karma. Zo is er het bestaan van bijna uitsluitend lijden van hellewezens tot en met het gelukzalige bestaan van deva's. 'Deva' in het hindoeïsme en boeddhisme is verwant aan het Griekse ‘theos’ en Latijnse ‘deus’, maar verwijst naar allerlei bovennatuurlijke wezens, van engelen tot goden en naar een almachtige, alwetende schepper-God.

De Boeddha onderwees deva's. Ook onderwees hij goden, bijvoorbeeld in het Sakkapañha-Sutta Sakka (=Indra), de leider van 33 Vedische goden. Susan Elbaum Jootla vermeldt in haar artikel het Brahmajala-Sutta (Digha Nikaya I 17-18). Het lijkt er sterk op dat de Boeddha de draak steekt met het pompeuze gedrag en de eigenwaan van sommige goden, zoals (Maha-) Brahma. Deze Brahma beweert dat hij de wereld geschapen heeft. De Boeddha zegt dat deze zich vergist, omdat het heelal niet door een god of ander wezen geschapen is. Ook Brahma is geboren en zal sterven, wanneer het universum ten einde komt. Het fysieke heelal ondergaat immers langdurige cycli van ontstaan, groei, neergang, en ondergang. Er is geen oorspronkelijk begin waarneembaar in deze cyclus.

Hoewel goden een gelukzalig bestaan leiden is dit niet voor eeuwig. Ook zij sterven en worden herboren, bijvoorbeeld als hongerige geest of dier. Om verlicht te worden, zal een deva toch echt eerst als mens herboren moeten worden. De Boeddha plaatst de mens klaarblijkelijk boven de deva's.

De theravada-boeddhist dr. Viktor A. Gunasekara stelt dat wat boeddhisten betreft de klassieke theïstische opvatting ‘God schiep de mens naar zijn (God’s) beeld’, juist omgekeerd moet worden. Het is de mens die God geschapen heeft naar zijn beeld (red. het beeld van de mens). Het eigen beeld van de mens verandert en daardoor dus ook het beeld van God. De mens kan zichzelf bevrijden door zijn waanideeën van zich af te werpen en een daarvan is het bestaan van God: Atta hi attano natho 'iemand is zijn eigen redder'!

Dat de Boeddha goddelijk zou zijn is een misvatting. In de theravada-traditie wordt de Boeddha gezien als een bijzonder verlichte menselijke leraar, die de cirkel van geboorte, dood en wedergeboorte beëindigd heeft. Ook het mahayana-boeddhisme claimt niet dat de Boeddha een god is.

Shiva, Parvati en Ganesha
Van god naar bodhisattva
Het boeddhisme verspreidde zich naar andere culturen met hun eigen religies en nam lokale goden en religieuze gebruiken op in het boeddhistische systeem, bijvoorbeeld in het mahayana als bodhisattva. De Pali-term bodhisatta verwijst in het theravada-boeddhisme naar de Boeddha voordat hij ontwaakte. In het mahayana-boeddhisme wordt de Sanskriet-term bodhisattva niet alleen gebruikt voor een wezen dat verlichting nastreeft. Daarnaast is het ook is een wezen dat anderen heel actief bijstaat op het Achtvoudige Pad. Bodhisattva Ksitigarbha (Japans: Jizo Bosatsu, Chinees: Ti-tsang Pusa) is van Indiase goddelijke origine. In Japan is Jizo de redder bij uitstek en belichaamt taoïstische, boeddhistische en Shinto kenmerken.

Een nog belangrijker voorbeeld is Guanyin, een zeer populaire godin in de Chinese gemeenschappen van Oost- en Zuidoost Azië. Vanaf de elfde eeuw wordt zij er vereerd als de vrouwelijke vorm van Avalokiteshvara, de bodhisattva van mededogen. Het Tibetaans boeddhisme kent talrijke bovennatuurlijke wezens, waaronder goden die het boeddhisme beschermen en voor gelovigen hindernissen wegnemen op weg naar hun verlichting.  

Bronnen
Dhammika S. Good question, good answer. Buddha Dharma Education Association Inc.
Nyanaponika T. Buddhism and the God-Idea, Selected Texts. Kandy: Buddhist Publication Society, 1962
Jootla, S.E. Teacher of the Devas. Acces to insight (Legacy edition), 2013
Gunasekara, V.A. The Buddhist Attitude to God, 1993
Buddha vs God





Terug naar Artikelen