Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 23 maart 2014
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Alleen zen is niet genoeg

Interview met Kees van de Bunt

Els Brenninkmeijer

uim dertig jaar leert Kees van de Bunt in zijn zendo in Den Haag zijn leerlingen zenmeditatie - ‘zitten, lopen en buigen’ zoals hij liever zegt. Maar zen alleen is niet genoeg. De kabbala, familieopstellingen, psychotherapie, politiek en initiatieriten horen er net zo goed bij . ‘Ik maak het mijn leerlingen niet makkelijk. Maar dit is wat ik, op mijn gemankeerde wijze, te bieden heb.’

Pionier en buitenbeentje

In het Nederlandse zenwereldje is Kees van de Bunt (1945) zowel pionier als buitenbeentje. Hij opende begin jaren tachtig een zendo aan huis, in een tijd dat de zencentra in Nederland nog op één hand waren te tellen. ‘Sindsdien verveel ik mijn leerlingen met mijn versie van zen’, zegt Van de Bunt met een typerende mengeling van ironie en zelfspot. Niet alleen de overvolle boekenkasten, ook de vele foldertjes en schema’s op de tafel in de zendo getuigen van zijn brede belangstelling. Het twaalfstappenplan van de Anonieme Alcoholisten, psychotherapie, familieopstellingen, verslavingen, politiek, de kabbala en initiaties van jongens en meisjes – het komt allemaal aan bod in zijn zendo aan de Haagse Frankenslag.

Van de Bunt werd geboren in Den Haag, waar hij vrijzinnig-protestants werd opgevoed. ‘Ik ben gedoopt, maar we gingen nooit naar de kerk.’ Religie speelde geen grote rol in zijn leven. Daar kwam eind jaren zeventig verandering in. ‘Ik zat in therapie en mijn psychotherapeut gaf groepssessies met meditatie. Zeg maar een heel vroege vorm van mindfulness. Toen las ik het boek Ons dagelijks leven als oefening van Karlfried Graf Dürckheim, een Duitse psychotherapeut en zenmeester. Ik vond het fantastisch.’ Daarna volgde ‘twee meter boeken’ van Bhagwan Shree Rajneesh, tegenwoordig beter bekend als Osho.

De leeshonger was een begin. Maar gelijk met de intellectuele inzichten groeide ook de pijn. ‘Na drie jaar en drie maanden psychotherapie was ik wanhopig. Diep wanhopig over mijzelf. Ik wist niet hoe het moest, het leven. Dat zijn de momenten waarop dingen gaan schuiven – ik kan het iedereen aanraden. Als de wanhoop totaal is, kom je in beweging. In mijn geval betekende het afscheid nemen van mijn therapeut. Ik ging op zoek naar een leraar. Meditatie biedt een wijder perspectief, ik wilde dat verdiepen.

Zoektocht


Kosmos Zenzolder met Nico Tydeman 1989

Van de Bunt ging op retraites. In Duitsland, bij Graf Dürckheim, bij Nico Tydeman in het meditatiecentrum De Kosmos in Amsterdam. Hij deed workshops over meditatie en stervensbegeleiding bij Elisabeth Kübler-Ross. ‘Het was een zoektocht. Er waren een paar heel interessante mensen actief, maar het aanbod was veel kleiner dan nu, en er was geen internet.’

In 1981 belandde Van de Bunt in de Tiltenberg, het centrum van de Katholieke Vrouwenbeweging De Graal, waar georganiseerd door Mimi Maréchal sesshins werden gehouden onder leiding van verschillende zenleraren. Een jaar later opende Van de Bunt zijn eigen meditatieschool in het huis van hem en zijn vrouw in Wassenaar. ‘Ik wist nog niets, had op dat moment geen leraar, maar dit voelde als een juiste stap.’

Alleen stilzitten op een kussentje bleek niet voldoende. In zijn lessen integreert Van de Bunt inzichten uit de psychotherapie met schema’s van de kabbala, chakra’s en de Vier Edele Waarheden. Van de Bunt: ‘Van mijn leraar Genpo Roshi heb ik veel geleerd, ik blijf hem altijd dankbaar. Maar veel thema's komen in het Japanse Soto-zen niet aan bod. Over verslaving bijvoorbeeld wordt nauwelijks gepraat. Of de band met je ouders, hoe kom je los van je vader of je moeder. Mij dunkt dat dit fundamentele kwesties zijn voor iedereen die naar zichzelf kijkt of aan zichzelf werkt. De Japanse zentraditie verdient hier een aanvulling.’

Sommige zenleraren zijn dit niet met je eens. De bekende Amerikaanse zenleraar Charlotte Joko Beck zei ooit in een interview: ‘I have a great respect for therapy, but for most people – not the disturbed ones - I feel that zen practice can be a complete path.’

‘Ik hoef hierover niet in debat met andere leraren. Dit is mijn overtuiging. Voor mij was en is zen alleen niet genoeg. Elke benadering heeft blinde vlekken. Dat geldt voor zen, dat geldt voor therapie, voor familieopstellingen enzovoorts. Maar deze methoden kunnen elkaar fantastisch aanvullen.’

‘Hoe ga je als jongen met je moeder om? Wat doe je als je verslaafd bent aan drank? Of aan seks? Ik heb tijdens mijn therapie bewust afscheid genomen van mijn moeder, die toen al zes jaar dood was. Het was erg krachtig. Daarna ging ik totaal anders naar vrouwen kijken. Ik keek niet meer naar vrouwen door de ogen van de kleine jongen die zijn moeder gelukkig wil maken.’
Zijn inwijdingen van jongens en meisjes daarom zo’n belangrijk thema voor je?
Wassilissa de Schone
‘Ja. Ik meen dat ik daar eind jaren zeventig voor het eerst een documentaire over zag. Onze westerse samenleving heeft dat soort inwijdingen, initiaties, afgeschaft. Ik zeg: met alle gevolgen van dien. Jongens weten niet meer wat het betekent om man te zijn en meisjes krijgen het vrouw-zijn evenmin mee van hun moeder. Het gebeurt erg weinig dat ouders dat bewust aan hun kinderen doorgeven.’

‘Ik heb twee sprookjes gevonden, die van Wassilissa de Schone en die van IJzeren Hans, Iron John in het Engels. Robert Bly schreef daar een boek over. Die sprookjes beschrijven precies wat het proces voor meisjes en jongens inhoudt. Ik geef ze aan mijn leerlingen om te bestuderen. Kort gezegd komt het erop neer dat een jongetje afscheid moet nemen van zijn moeder en moet leren van andere mannen wat het betekent om man te zijn. Vrouwen moeten iets anders leren. Het beeld van hun moeder moet verschrompelen. Zij moet leren dat ze vrouw is onder de vrouwen.’

‘Ik hamer hierop omdat ik de ouders in mijn zendo hiervan bewust wil maken. En los daarvan kan het geen kwaad dat we ons allemaal realiseren dat we zo’n initiatie misschien wel nooit zelf hebben ondergaan.’

Zenmeditatie is een mannelijke meditatievorm, heb je vaker gezegd. En dat vrouwen die zen beoefenen wellicht beter de Tibetaanse meditaties van Tsultrim Allione kunnen doen. Waarom vind je dat?

‘Dogen Zenji, de dertiende-eeuwse oprichter van de Japanse Soto-school, heeft gezegd: shikantaza (letterlijk: ‘alleen maar zitten’) is zitten met niets. Dat is een mannelijke vorm. Maar vrouwen zijn anders dan mannen. Vrouwen kijken naar de ander: wat gebeurt dáár en wat kan ik daarmee doen. Die manier van kijken, denken en voelen vind je terug in de Tibetaanse meditatievorm van lama Tsultrim Allione. Kort gezegd komt het erop neer dat je in de meditatie je demonen, je angsten, onder ogen ziet. Die visualiseer je, je maakt er contact mee. En uiteindelijk voed je ze om ze te transformeren van angst in kracht.’

‘Mijn punt is niet dat vrouwen louter een vrouwelijke meditatievorm moeten beoefenen, of dat zen slecht voor ze is. Maar ze moeten zich ervan bewust zijn dat zen mannelijk is. Net zo goed kunnen mannen iets leren door de oefeningen van Tsultrim Allione te volgen. Ik propageer geen scheiding. Maar het kan een aanvulling zijn op het Japanse zen.’
Je verwijst vaker naar de boeken en inzichten van lama Tsultrim Allione. Waarom?
Tsultrim Allione
‘Ik luister via internet naar boeddhistische leraren uit allerlei stromingen en tradities. De meeste vergeet ik. Tsultrim Allione niet. Ze is vreselijk precies en scherp. Haar uitleg van het Tibetaans boeddhisme heeft me veel geleerd over de verlichte en onverlichte vormen van energie.’

‘Door de zen leerde ik over prajna en karuna, wijsheid en mededogen. Waarden die je in jezelf ontwikkelt. Het Tibetaans boeddhisme gaat verder. Via de boeken van Tsultrim Allione leerde ik over onder andere metta en mudita. Mudita, meevoelende vreugde, is getransformeerde jaloezie. Woede wordt omgezet in metta, liefdevolle vriendelijkheid. Dwangmatige verleiding wordt karuna. Hebzucht wordt vrijgevigheid. Ik vond het een openbaring.’

‘De Tibetanen zien het zo: elke energie heeft een schaduwkant en een lichte, liefdevolle kant. Vaak willen mensen hun zogeheten donkere eigenschappen wegduwen, maar dat werkt niet. Wat wel werkt is het langzaam transformeren van bepaalde gevoelens, bepaalde tendensen in je gedrag. Niet door het te ontkennen, maar door te ervaren dat die duistere energie kan worden omgezet. Het zijn geen tegenpolen, maar twee kanten van dezelfde medaille.’

Je wordt dit jaar 69. Als je terugkijkt op vijfendertig jaar in de ‘zen’, waar ben je dan trots op?

‘Dat vind ik een lastige vraag. Ik heb berekend dat ongeveer vijftienhonderd mensen ooit bij mij op een kussentje hebben gezeten. Sommigen zijn hier één keer geweest en kwamen niet meer terug, anderen komen al jaren elke week. Het kan niet anders of dat heeft invloed gehad in vele levens. Positieve invloed, ja, dat hoop ik dan maar.’

‘Ik bied mijn versie van zen. Dat doe ik met al mijn tekortkomingen en blinde vlekken. Ik ben niet te beroerd om alles met alles te vergelijken. En nee, ik maak het mijn leerlingen niet makkelijk. Maar zelfonderzoek is ook geen eenvoudig pad. En het duurt als het goed is je leven lang.’  

Kees van de Bunt geeft in Den Haag leiding aan het Kanzeon Zen Centrum. In 1983 werd hij leerling van Dennis Genpo Merzel Roshi. In 2005 ontving hij van hem de titel Dharma Holder. Meer informatie op www.kanzeon.nl.





Terug naar Artikelen